• No Products in the Cart
Marina de Haan
0
  • No Products in the Cart

Cor (93) fietste meer dan 360.000 kilometer door Europa: ‘Fietsen is voor mij de normaalste zaak van de wereld’

  • Marina
  • aug 7, 2020
Cor Martens

Cor Martens bladert door een volgeschreven wit boekje. Het is niet groter dan een A5. ,,In 1990 op de fiets naar Rome, in ’92 naar Santiago de Compostella, in ‘95 naar Jeruzalem. Maar Jeruzalem heb ik nooit gehaald. Ik kreeg het aan m’n hart.’’

De Castricummer bladert een paar pagina’s verder. ,,Op deze bladzijde hield ik jaarlijks het aantal kilometers bij.’’ Cor (93) fietste van zijn zestigste tot zijn negentigste zeker 360.000 kilometer door Europa.

Fietsen is voor Cor, getrouwd met Bep (90), twee dochters, de normaalste zaak van de wereld. Hij kan eigenlijk niet zonder. Toch is het nu drie jaar geleden dat hij voor het laatst op de fiets stapte. ,,Ik heb mijn negentigste verjaardag nog gevierd. Het was een drukte met honderd mensen.’’

Een paar maanden later ontstond ‘de narigheid’. ,,Verrek wat heb ik nu aan mijn fiets hangen, dacht ik. Ik kreeg zomaar klachten. Onvoorbereid. In het ziekenhuis wisten ze niet wat het was.’’ Vanuit het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk werd hij overgeplaatst naar Alkmaar. Daar ontdekten de artsen een zeldzame auto-immuunziekte die al zijn organen aantast. ,,Ieder half jaar krijg ik een infuus. Dan word ik weer opgeladen. In oktober krijg ik dat voor de vijfde en laatste keer en dan kan ik nog even mee.’’

Bakker
Cor is een tweede kind van tien. Hij groeide op in Oirlo in Limburg. Zijn ouders hadden een bakkerij, een winkelbedrijf en een café. ,,Als kind ging ik naar de lagere school, daarna werd ik bakker.’’ In het buurtdorp Castenray was hij op z’n negentiende bakkersknecht, toen een bakker in Oostrum ziek werd. ,,Ik werd gevraagd om die bakkerij tijdelijk over te nemen. Iedere morgen stond ik om vijf uur op. Ik bakte flink en in de middag ging ik venten. Toen ik brood verkocht bij klanten zeiden ze: die jongen heeft wat onder de leden.’’

Al een tijdje voelde Cor zich inderdaad vreselijk moe. ,,De zakken meel lagen op zolder, ik kon ze niet naar beneden tillen. Dus ik gaf ze een zet de trap af, ze rolden naar beneden. Toen ik naar de dokter ging bleek dat ik tuberculose had. Ik heb er geen nare ervaringen aan over gehouden.’’ Wel heeft hij 2,5 jaar in het ziekenhuis gelegen. ,,Geen ziekenhuis zoals we dat nu kennen. Het was een hele grote zaal. Met honderden patiënten lagen we in het bos. Als je erg ziek was, dan moest je buiten onder een afdak liggen. Ik heb buiten denk een jaar gelegen. In de winter sneeuwde het op mijn bed. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen.’’

Terwijl Cor in het ziekenhuis lag, verhuisden zijn ouders naar het Noord-Hollandse Castricum. ,,Eenmaal in Castricum ging de narigheid door. Ik kon hier geen bakker worden en ik had geen opleiding, dus heb ik me laten omscholen tot metaaldraaier.’’ Hij werkte vier jaar bij pompenbedrijf Maters in Beverwijk, studeerde ondertussen boekhouding en solliciteerde bij Hoogovens. Daar werd hij aangenomen en werkte hij 34 jaar op de financiële administratie. ,,Ik fietste vrij vaak naar Hoogovens. Alleen met vergaderingen en met slecht weer nam ik de auto.’’

Doordouwer
Toen hij op zijn zestigste met de VUT ging, had hij er al de nodige fietskilometers op zitten. ,,Samen met mijn vrouw en kinderen fietste ik veel, langs de Donau en in Toscane. Met mijn oudste dochter ben ik een keer in veertien dagen naar Limburg gefietst. We sliepen in hotels hier en daar. En iedere zomer fietste ik in een dag naar mijn geboorteplaats.’’ De meeste kilometers maakte hij na zijn pensioen.

Al heeft zijn lichaam het een aantal keer bijna begeven, Cor laat zich niet uit het veld slaan. ,,Ik ben een doordouwer.’’ Hij weet nog een fietstocht met zijn schoonzoon over de Tourmalet (2115 meter hoog) in de Pyreneeën. ,,Halverwege kwamen we een restaurant tegen. Hij wilde graag een kopje koffie drinken. Ik wilde gewoon doorfietsen. Maar hij moest echt even koffie hebben. Hij was het helemaal niet gewend, maar ik ben een doordouwer’’, glimlacht Cor. ,,We zijn boven gekomen en hij is er nog steeds trots op.’’

Hij herinnert zich veel reizen nog tot in detail. ,,Oude dingen weet ik nog allemaal, nieuwere dingen niet meer. Het heeft voor mij geen zin om de krant helemaal door te spitten, morgen ben ik het weer vergeten.’’ Toch ligt het Noordhollands Dagblad binnen handbereik. Net als een oranje map vol oude krantenknipsels. Hij haalde verschillende keren het nieuws. In 2014 mocht hij bijvoorbeeld de openingsgong van Euronext luiden. ,,Die gong was een hele beleving. Ik stond in alle kranten, ben geïnterviewd door de NOS.’’

Rome
Het is dankzij een verhaal in deze krant dat hij met een eerste lange fietstocht naar Rome meeging. ,,Kijk dit is het stuk’’, zegt hij trots. Hij leest een stukje uit het artikel ‘Op de fiets naar graf van Petrus’ van zaterdag 31 maart 1990 voor. ,,We hebben drie voorwaarden: vooraf trainen, een fiets met minstens tien versnellingen en ze moeten even bij de huisarts langs.’’

,,Mijn vrouw zag het in de krant en vroeg: is dat niets voor jou? Ik heb die man geschreven en ik kon mee. Ik heb geoefend en geoefend. Joh, wat heb ik gefietst. Toen het erop aankwam, was ik de beste van alle twaalf. We fietsten zo’n 150 kilometer per dag.’’

Noorwegen was zijn mooiste reis. ,,Tussen de bergen fietsen, met weinig auto’s. Het was heerlijk. De rust.’’ De reis naar Jeruzalem, nu 24 jaar geleden, omschrijft hij als een ‘pechreis’. ,,We waren onderweg via Rome toen ik dacht: ik ben niet de oude. Er fietste al iemand achter me voor het geval er iets met me zou gebeuren. In Rome zei de dokter dat ik gelijk plat moest. Ik heb daar veertien dagen gelegen. Ik had het aan mijn hart, bloedvatvernauwing. Met pijn in je borst maar blijven doorfietsen. Ik ben een beetje hier’’, zegt hij terwijl hij gebaren maakt dat hij gek is. ,,Ik heb een sterk hart, denk ik. Ik geef niet op. Niet gauw, nee. Zo ben ik. Het is hetzelfde als toen ik de bakkerij runde ondanks dat ik doodziek was.’’

Dolblij
In Nederland is hij, toen 69, geopereerd. Een ingrijpende operatie waarbij zijn hart letterlijk uit zijn lichaam is gehaald. Daarna is hij weer op de fiets gesprongen. ,,Ik voelde me toen weer goed. Ik vroeg aan de dokter: wat mag ik nog? Hij zei: ‘je mag alles, als je wat voelt, moet je bij me terugkomen’. Ik heb nooit meer iets gevoeld.’’

Tot drie jaar geleden maakte de Castricummer nog reizen naar Spanje, Portugal, Italië, Denemarken, Zweden, België en Luxemburg. Door het hele huis liggen mappen met foto’s en herinneringen van alle tochten. ,,Met de auto zie je niet veel. Met de fiets zie je veel meer. Ik zou dolblij zijn als ik nog zou kunnen fietsen. Maar dat is geweest en komt niet meer terug. Aan alles komt een einde.’’

Bron: Noordhollands Dagblad, augustus 2020
Foto: Heleen Vink

YOU MIGHT ALSO LIKE