• No Products in the Cart
Marina de Haan
0
  • No Products in the Cart

Zwangere Eveline Brethouwer overleefde leukemie door stamceltransplantatie: ‘Van dood vogeltje weer springlevend’

  • Marina
  • okt 27, 2020

Haar zoon Mauk was pas een paar dagen oud. Met hem op de arm kreeg Eveline Brethouwer uit Heemskerk een infuus met stamcellen. „Wiegend en dansend op de muziek van K3 kreeg ik het transplantaat toegediend.” Dankzij die stamceltransplantatie vijftien jaar geleden herstelde ze van acute leukemie. „Mijn zoon is een cadeau. Het is een wonder dat hij het overleefd heeft.”

Eveline (45) kreeg tijdens haar zwangerschap met 22 weken acute leukemie. Een vrij uitzonderlijke diagnose. De behandeling met chemotherapie moest direct worden gestart. „Voordat ik de diagnose kreeg, had de arts een paar opties genoemd. Toen ik hoorde dat leukemie een optie was, dacht ik gelijk: dat is het.”

Alsof de Heemskerkse wist dat haar leven op het spel stond, liep ze naar de babykamer vol vrolijke kleuren. Ze pakte het kussen met de woorden ’home is where the heart is’ stevig vast en huilde. „Waar zal mijn thuis zijn? Is mijn thuis hier? Moet ik weg?”

De beenmergpunctie in het toenmalige Amsterdamse VUmc bevestigde de vermoedens. „De arts pakte me vast en zei: jou gaan we maken en we zorgen dat je kind gezond ter wereld komt. Hoe slecht het ook met me ging, ik heb die woorden in gedachten gehouden. Uiteindelijk heeft hij zijn woorden gelukkig waar gemaakt.”

Chemotherapie
In mum van tijd belandde Eveline in de ziekenhuismolen. Er werd gestart met een eerste chemokuur. ,,Vier weken later kreeg ik weer een beenmergpunctie. De leukemie was uit mijn bloed, maar zat nog in mijn beenmerg. Ik kreeg een tweede ronde chemo. Een domper. Voor mijn kind was het een behoorlijke aanslag, maar ze moesten tijdens de zwangerschap starten, anders zou ik het niet overleven.” Opnieuw bleek ze niet schoon te zijn van kanker. Weer een kuur. Het was het erop of eronder voor moeder en kind.

„Ik heb mezelf een soort van naast mezelf geplaatst om te overleven, om me mezelf te beschermen, denk ik. Ik heb ondanks alles wel van de zwangerschap genoten. Ik was er van bewust dat mijn zoontje in mijn buik groeide en wilde hem veel liefde geven. Dat koesterde ik echt. Pas later drong het tot me door dat dit allemaal over mezelf ging.”

Veerkrachtig
Ze was veerkrachtig en moedigde zichzelf tijdens de opnames aan om zoveel mogelijk te bewegen én altijd te blijven eten. „Ik heb me nooit heel ziek gevoeld, ik was vooral moe. Maar ik zorgde dat ik bezig was. Ik fietste elke dag op de hometrainer en ik puzzelde.”

Met 33 weken zwangerschap en een derde chemokuur kreeg de voormalige apothekersassistente vreselijke buikkrampen. „Het is een bijwerking van de chemo, maar op een zondagochtend waren de krampen zo heftig. Ik vrat mijn kussen op van de pijn.” Later bleek dat ze al tien centimeter ontsluiting had. Een half uur later was Mauk (nu 15) geboren. „Drie dagen na zijn geboorte kreeg hij een infectie. De chemo die ik kreeg had ook effect op hem. Gelukkig sloeg de antibiotica aan en is het na een week helemaal goed gekomen.’’

Na de derde kuur was Eveline vrij van kanker. „De arts kwam bij mijn bed om te vertellen dat er vier gradaties van leukemie zijn. Ik had de vierde en zwaarste vorm.” Alleen een beenmergtransplantatie kon ervoor zorgen dat de terugkomst van leukemie aanzienlijk zou verkleinen.

Donorbank
„Eerst zijn mijn eigen stamcellen afgenomen, maar de kans dat daar woekeringen in zouden zitten was te groot.” Dus werd gezocht naar een donor. Haar broer was net geen match, daarom werd gezocht in de donorbank. Om de tijd tot de transplantatie te overbruggen, kreeg Eveline nog een vierde en vijfde chemokuur in het VUmc, waar ze altijd met liefde verzorgd is. „Als je zo ziek bent, is het waanzinnig dat verpleging en artsen je omarmen.”

Voor de transplantatie werd ze opgenomen in de Rotterdamse Daniel den Hoedkliniek. Met haar zoon op de arm kreeg ze het transplantaat. Een tijd van wachten volgde. „De dagen waren eenzaam, de nachten waren lang. Het kon zomaar mijn laatste week zijn. Ik werd ontzettend moe.’’ Na tien dagen kwam de verpleging met goed nieuws haar kamer in. „Het transplantaat was aangeslagen. Van een dood vogeltje werd ik springlevend.’’

,,Voorheen was het leven snel met de massa mee. Nu kan ik voluit genieten. Ook van kleine dingen, zoals een bloem die uitkomt. Ik was altijd al graag thuis, maar sinds de transplantatie ben ik dat nog liever. Dit is mijn veilige plek. Met dank aan die lieve onbekende donor van wie ik stamcellen heb gekregen.”

Bron: Noordhollands Dagblad, oktober 2020
Foto: Heleen Vink

YOU MIGHT ALSO LIKE