Karin Amatmoekrim

Schrijver Karin Amatmoekrim: ‘Migranten en autochtone Nederlanders hebben op dezelfde manier lief’

Karin Amatmoekrim groeide op met het gevoel dat ze ‘anders’ was, een ervaring die veel mensen met een migratieachtergrond herkennen. In haar essay Grenzend aan liefde onderzoekt ze hoe de Nederlandse samenleving mensen tot ‘de ander’ maakt en welke gevolgen dat heeft. ‘Dan gaat de samenleving wankelen.’

In een zonnig Nederlands kleuterlokaal zat Karin Amatmoekrim als vierjarige met vijftien andere kinderen in een kring. Om haar komst uit Suriname te vieren, werden liedjes gezongen. De kleuters zongen er ook één die zij kende, dus zong ze mee. 

‘Wat praat jij gek’, zeiden de kinderen. ‘Het lijkt hetzelfde. Maar het is anders.’

Tekst loopt door onder de advertentie

Het was een van de eerste momenten waarop ze zich in Nederland ‘anders’ voelde. ‘Ik vond het niet zo erg, maar was wel verrast’, blikt Amatmoekrim (49) terug. 

‘Vanaf dat moment werd ik in Nederland als immigrant gezien. Subtiel en minder subtiel werd ik er voortdurend op gewezen.’

De schrijver en letterkundige zit aan de eettafel in haar Amsterdamse woning, met haar ene been onder zich gevouwen, zoals een Javaanse vrouw betaamt. Ze spreekt bedachtzaam, weegt haar woorden en probeert ook andere gedachtepatronen te begrijpen. 

De ander

Ze gebruikt de anekdote uit de kleuterklas aan het begin van haar essay Grenzend aan liefde. Een nieuw verhaal over Nederland. In haar meest recente boek onderzoekt ze de vervagende grens tussen wie als Nederlander wordt gezien en wie als ander wordt geïdentificeerd, waarbij ze de ander consequent met hoofdletter schrijft. 

Ook onderzoekt ze de angst die bestaat voor wat anders is. Het is een boek van ruim honderd pagina’s, met scherpe observaties, persoonlijke anekdotes en prachtige zinnen.

‘Als je mensen steeds laat merken dat ze er niet bij horen, stoot je ze af.’

Toch praat Amatmoekrim niet graag over momenten waarop ze zich zélf anders voelde. ‘Het is soms alsof je jezelf, je verdriet en je pijn in een etalage zet, zodat andere mensen kunnen zeggen: o, wat erg.’

Haar vraag is vooral: wat gebeurt er als mensen het gevoel krijgen dat ze buiten de groep vallen? Dat staat gelijkwaardigheid in de weg, stelt ze. ‘Het benadrukken van iemands “anders zijn” helpt niet om saamhorigheid te creëren. 

Als je mensen steeds laat merken dat ze er niet bij horen, stoot je ze af en sluit je ze uit. Dan gaat de samenleving wankelen, omdat we elkaar niet meer herkennen en vertrouwen.’

Wie zijn we?

Volgens Amatmoekrim worstelt Nederland met zijn identiteit. Ze ziet dat in het vasthouden aan een rigide idee van wat het betekent om Nederlander, man, vrouw of mens te zijn. 

De angst en woede waarmee mensen zich daaraan vastklampen, zeggen volgens haar iets over hoe verloren ze zich voelen.

Dat proces herkent ze verrassend genoeg uit de geschiedenis van mensen met een migratieachtergrond. ‘Migranten laten een wereld achter waarin hun identiteit vanzelfsprekend was, en komen terecht in een wereld die hun identiteit voortdurend bevraagt. 

Bij de eerste generatie zie je dan vaak dat ze zich extra vastklampen aan wie ze waren: ze worden conservatiever dan de mensen die zijn achtergebleven.’

Houvast zoeken bij tradities

Datzelfde proces – van houvast zoeken bij je traditie – ziet ze nu in het Westen, en ook in Nederland. Niet alleen doordat migranten hiernaartoe zijn gekomen, maar ook doordat deze migranten Nederlanders bevragen met nieuwe perspectieven. 

‘De Nederlander hoeft zijn plek niet eens te verlaten om bevraagd te worden. Nederlanders zoals ik hebben vragen gesteld bij vanzelfsprekendheden. Is dit wel een traditie die je met je mee wilt dragen? Is dit wel de werkelijke geschiedenis? 

Daarmee hebben wij de onwrikbare identitaire pilaren van het Nederlanderschap betwist. En nu zie je een tegenbeweging.’

‘Voor mij is de Bijbel een oerverhaal. Een poging van de mens om te begrijpen waar die is.’

De culturele en identitaire verwarring ligt volgens haar vooral aan de kant van de autochtone Nederlander. Tegelijk zegt ze die verwarring te begrijpen. ‘Vroeger was een man een man en nu zijn er mensen die non-binair zijn. Dan kun je denken: “Wat is er allemaal aan de hand? In deze poppenkast heb ik geen zin.” 

De wereld is nooit zwart-wit geweest. Alleen komt die complexiteit nu pas bij de Nederlanders binnen. En dan graaft hij zich in, uit angst, en uit die angst komt woede voort.’

U noemt het idee van de ander een constructie. Hoe wordt iemand tot ‘de ander’ gemaakt?

‘In mijn essay geef ik concrete voorbeelden die laten zien dat verschillen die voor ons vanzelfsprekend lijken, dat niet altijd zijn. Omdat ik veel van geschiedenis houd, wilde ik dat aan de hand van de geschiedenis laten zien. 

Wat is bijvoorbeeld de oorzaak dat zwarte mensen vaker gewelddadig worden aangepakt door witte agenten? We moeten dieper kijken naar het proces waarin een ander mens tot ‘de ander’ wordt gemaakt. 

De zwarte mens wordt in de geschiedenis weggezet als heiden, als beest, als geseksualiseerde ander. Ik hoop dat je, als je het essay gelezen hebt, beter begrijpt waar dit soort gewelddadig racisme in wortelt.’

Welke rol heeft religie volgens u gespeeld in het maken van ‘de ander’?

‘Met de Bijbel in de hand is de ander tot die ander gemaakt, zelfs tegen de letter van de boeken in. 

Het laat zien hoe context en maatschappelijke orde meedoen in het interpreteren van het Woord. Tegenwoordig lezen we in de Bijbel dat je een ander niet tot slaaf mag maken en dat alle mensen gelijk zijn aan elkaar.

En toch zijn miljoenen mensen tot slaaf gemaakt met diezelfde Bijbel in de hand. Ik denk dat het kwaad vooral kwam doordat het gepaard ging met macht en geld. Dan verdwijnen de grenzen.’

Bijbel als oerverhaal

Ze kent mensen die religie om die reden afwijzen. Zelf doet ze dat niet. ‘Ik ben niet religieus, maar afwijzen zou ik het nooit. Voor mij is de Bijbel een oerverhaal. Een poging van de mens om te begrijpen waar die is, wat het betekent om te leven en wat het betekent om te bestaan. 

En dan klink ik misschien zweverig, maar zulke teksten bewijzen voor mij hoe waardevol we als mensen zijn. We zoeken een manier om een goed mens te zijn.’

Radiopresentator Lara Billie Rense onderscheidt ‘gelabelden’ en ‘ongelabelden’. De groep die als norm geldt, hoeft zichzelf niet te benoemen, terwijl de ander wel een label krijgt. Herkent u dat?

‘Ik heb die theorie nooit eerder gehoord, maar ik herken het wel. Ik denk dat het menselijk is om onderscheid te maken. Dat doet iedereen. Ik denk ook niet dat dat intrinsiek kwaad bedoeld is. 

Het wordt alleen gevaarlijk wanneer het gewicht van die hokjes wordt ontkend. Want dan leg je het probleem bij de groep die gelabeld wordt, voor wie het bijna onmogelijk is om uit die hokjes te ontsnappen. 

Tegen iemand van kleur wordt door autochtone Nederlanders nogal eens gezegd: “Waarom doe je niet gewoon je best? Ik heb dat ook gedaan, en kijk waar ik nu ben.” Daarmee ontken je hoe ingewikkeld de werkelijkheid is.’

Een optimist

Ze is even stil. ‘Ik heb dat, als ik eerlijk ben, altijd zeer teleurstellend gevonden. Ik ben best wel een optimist. Ik heb altijd geloofd in intelligente mensen en in hun intrinsieke nieuwsgierigheid naar hoe de wereld werkt. 

Maar ik heb gemerkt dat mensen lui kunnen denken. Ze redeneren vanuit hun eigen ervaring en denken vervolgens dat ze de wereld begrijpen. Ik vind dat onvoorstelbaar. 

Als ik vanuit mijn eigen ervaring naar de wereld zou kijken, hier in het Westen, dan zou ik een groot deel van deze wereld niet begrijpen. 

Een eendimensionaal beeld

Waarom zouden alleen de mensen die door migratie gedwongen worden om de complexiteit van de wereld te begrijpen dat moeten doen? Waarom niet alle mensen, ook de autochtonen die hier al generaties lang wonen?’

Het is gemakzucht, denkt ze hardop. ‘Het is makkelijker te geloven in het eendimensionale beeld dat kwaadwillende media bijvoorbeeld van een Marokkaanse jongen uit Amsterdam-West schetsen, als je zo iemand zelf nooit ontmoet. Dan moet je moeite doen om je in iemand te verdiepen. 

Het is toch ontzettend verrijkend om de wereld beter te begrijpen, ook als die zich uitstrekt voorbij je eigen hoekje?’

Verdiepen in andere werelden

Ze beweegt van de ene gedachte naar de andere, alsof ze haar eigen denken voortdurend bevraagt. ‘Ik begrijp ook dat mensen zich niet altijd in andere werelden verdiepen. Er gebeurt veel in een mensenleven en je hebt je eigen zorgen. Als een thema jou niet direct raakt, waarom zou je je er dan in verdiepen?’

Toch is dat geen reden je afzijdig te houden, vindt ze. ‘Je bent betrokkenheid verplicht aan de samenleving. Want jij bent misschien al 82 jaar, maar jouw kleinkinderen moeten opgroeien in een Nederland dat best wankel is door het gebrek aan sociale cohesie. Dus het helpt niet als je bijdraagt aan die wankelheid.’

Wat kan Nederland leren van mensen die tussen verschillende werelden zijn opgegroeid?

‘Wij worden gedwongen te leren bewegen tussen werelden waarin net andere regels, normen, talen en overtuigingen gelden. Dat wordt codeswitching genoemd. 

Eigenlijk spreek je, cultureel gezien, verschillende talen. Je weet hoe je aan de ene tafel moet zitten en hoe je aan de andere tafel moet zitten. 

Je voelt je overal wel een beetje thuis en nergens helemaal. Dat is ingewikkeld, maar het is ook een kunst: je leert je bewegen tussen verschillende werelden, met verschillende regels en gewoonten, zonder dat je vergeet wie je bent.’

Verwarrende ervaring in Indonesië

Dat merkte Amatmoekrim toen ze in Indonesië was. ‘Ik vond het verwarrend daar te zijn. Ik was nog nooit op een plek geweest waar zoveel mensen op mij lijken. En toch voelde ik me er niet thuis. Wij, Javaans-Surinaamse mensen, hebben een andere cultuur, al is er ook veel herkenning.’

Die afstand kent ze ook uit haar jeugd. Toen ze met haar moeder naar Nederland kwam, was aansluiting bij Indonesische Nederlanders niet vanzelfsprekend. ‘Wij waren toch niet hetzelfde.’ 

Onder dat verschil tussen de twee culturen ligt een geschiedenis die nog altijd doorwerkt. De Javanen die vanaf 1890 als contractarbeiders naar Suriname werden gebracht, waren veelal afkomstig uit de armste lagen van de bevolking. 

Dit verhaal verscheen in het Nederlands Dagblad. Foto: Daphne Lucker

Scroll naar boven